Wetenschappelijk verhaal
Hoofdpijn na een hersenschudding
T.J. Tacke, neuroloog
Streekziekenhuis Midden-Twente, Hengelo (O)
Indien het hoofd met enige snelheid onzacht in contact komt met een hard voorwerp wordt dit een schedeltrauma genoemd, waardoor o.a. een hersenschudding kan ontstaan.
Bij een hersenschudding treedt meestal kortdurend bewusteloosheid op; een korte of langere periode voor en na het ongeval is er vaak geheugenverlies. Ten gevolge van een hersenschudding is iemand soms kortdurend verward en vaak een tijdje misselijk en moet soms braken.
Bij een zware hersenschudding of hersenkneuzing (waarbij soms een schedelbasis- of schedelfractuur) is de periode van bewusteloosheid en geheugenverlies langer, en zijn er vaak neurologische uitvalsverschijnselen zoals dubbelzien, verlamming van een arm of been, of een spraakstoornis. Ook kunnen gevoelstoornissen ontstaan of tintelingen in het gelaat, of in een arm of been.
In de acute fase direct na een schedeltrauma heeft iemand vrijwel altijd in meer of mindere mate last van hoofdpijn. De ernst van de hersenschudding komt lang niet altijd overeen met de ernst van de hoofdpijn.
Iemand die na een hersenschudding hoofdpijn heeft, dient door een (huis)arts beoordeeld te worden om uit te sluiten of er sprake zou kunnen zijn van een bloeduitstorting binnen de schedel. Als er geen verschijnselen zijn die op een bloeding wijzen, kan de arts de patiënt geruststellen, want dan gaat de hoofdpijn bij 90 tot 95 % van de patiënten in een paar dagen (soms een paar weken) vanzelf over, zeker als de patiënt een paar dagen voldoende rust neemt. Zo nodig kan de patiënt een eenvoudige pijnstiller zoals bijvoorbeeld paracetamol nemen om de pijn enigszins te verlichten. Een pijnstiller mag niet langdurig, en slechts met mate worden gebruikt. Bedrust met gesloten gordijnen in een stille slaapkamer is een behandeling die vroeger veelvuldig werd toegepast, maar vanuit wetenschappelijk oogpunt geen enkele meerwaarde heeft. Iemand moet eigenlijk zo snel mogelijk de normale draad weer op zien te pakken.
Bij 5 tot 10 % van de patiënten ontstaat na een schedeltrauma chronische hoofdpijn.
Hierbij treden vaak ook andere klachten op zoals duizeligheid, concentratieverlies, vergeetachtigheid, moeheid en slaapstoornissen. Als deze patiënten door een arts zorgvuldig worden nagekeken, waarbij zelfs een EEG, CT-scan of MRI-scan wordt gemaakt, worden vrijwel nooit afwijkingen gevonden. Bij patiënten, die een ongeluk kregen met als gevolg ander letsel zonder hersenschudding, kan dit chronische klachtenpatroon ook ontstaan. De oorzaak van deze chronische hoofdpijn is onduidelijk. Een vergelijkbare hoofdpijn komt ook vaak voor bij mensen na een whiplashongeval. Waarschijnlijk speelt (onzichtbare) beschadiging van hoofd- en nekstructuren een rol, waardoor een stoornis ontstaat in de zenuwgeleiding tussen bepaalde centra in de hersenen (ontregelde pijncircuits). Ook spelen karakterologische en psychische factoren een grote rol. Deze hoofdpijn met alle andere bovengenoemde verschijnselen wordt ook vaak gezien bij een depressie.
Voor deze chronische posttraumatische hoofdpijn is geen specifieke behandeling voor handen. Pijnstillers slikken heeft meestal geen zin; het kan zelfs gevaarlijk zijn, want overmatig, langdurig gebruik van pijnstillers kan de hoofdpijn in stand houden en zelfs doen verergeren! Soms helpt het middel amitriptyline in een dagelijkse dosering van 50 tot 75 mg, in te nemen voor het slapen gaan. Meestal treedt pas enige pijnverlichting op na twee tot drie maanden gebruik.
In geval van zeer hardnekkige invaliderende chronische posttraumatische hoofdpijn kan het nodig zijn om een gedragstherapeutische of psychotherapeutische behandeling te ondergaan bij een klinisch psycholoog. Soms gebeurt dit in een revalidatiecentrum (pijnmanagement).
Na verloop van jaren wordt een chronische posttraumatische hoofdpijn gelukkig meestal geleidelijk minder. |