Wetenschappelijk verhaal
Geschiedenis van hoofdpijn
Dr. P.J. Koehler
Al sinds mensenheugenis wordt de mens geplaagd door hoofdpijn en wordt zijn behandelaar om advies gevraagd. Reeds in oude Mesopotamische en Egyptische mythologische teksten is te lezen over hoofdpijn. Er werd vaak nog gedacht aan bovennatuurlijke oorzaken. Retrospectief zal het vaak om symptomatische vormen van hoofdpijn gegaan zijn, d.w.z. dat er sprake was van specifieke oorzaken zoals een infectie (b.v. malaria) of andere ziekte. Uit latere Griekse en modernere teksten blijkt dat men redelijk in staat was onschuldige regelmatig terugkerende hoofdpijn te onderscheiden van ernstiger vormen die wij thans symptomatisch zouden noemen. Het ging en gaat immers om patroonherkenning.
Het woord migraine is afgeleid van het Griekse hemicrania (halfzijdig: hemi; schedel:crania). De term werd ingevoerd door Galenus (ca. 130-200), een beroemd geneeskundige die in Rome praktiseerde en eeuwenlang het geneeskundig denken heeft beïnvloed. In feite nam hij het begrip over van Aretaeus van Cappadocia, die vermoedelijk in het eerste deel van de 1e eeuw leefde en die de term heterocrania gebruikte. Deze vorm van hoofdpijn onderscheidde Aretaeus van cephalea (een langdurige wat zwaardere vorm van hoofdpijn, te vergelijken met wat wij tegenwoordig spanningshoofdpijn zouden noemen) en van cephalalgia (kortdurende lichte hoofdpijn). In feite vinden wij hier de basis van de moderne hoofdpijnclassificatie. In Aretaeus' teksten zijn ook aura's herkenbaar, maar hij beschreef deze in het hoofdstuk over epilepsie.
Via de Arabische geneeskunde in de vroege middeleeuwen is de kennis van de Griekse en Romeinse geneeskunde bewaard gebleven en in de 13e eeuw weer in Europa terechtkomen (Renaissance). Vertalingen van Griekse teksten uit de 16e eeuw verwijzen voor wat migraine betreft dikwijls naar Galenus en Aretaeus. In het eerste ‘neurologieboek’ (1549), geschreven door de Nederlander Pratensis (oftewel Jason van der Velde; 1486-1558), die praktiseerde te Zierikzee, komen wij de Hippocratische en Galenische geneeskundige principes tegen. Ook bij Pieter van Foreest (1522-1597) en in de daarop volgende eeuw bij Nicolaas Tulp (1593-1674) treffen wij verwijzingen naar Galenus en Aretaeus aan. In die tijd sprak men in Nederland nog niet over migraine, maar over "schele hoofdpijn". In het werk van Tulp (1641) is zelfs een geval van cluster hoofdpijn herkenbaar, waarbij Tulp waarnam dat dit moeilijker te behandelen was.
De samenhang tussen migraine en menstruatie werd al eeuwenlang onderkend en Antonides van der Linden (1609-1664) schreef er een proefschrift over (De hemicrania menstrua; 1660). Vanaf de 17e eeuw zien wij vaker beschrijvingen van aura’s, onder meer bij de Zwitser Johann Jakob Wepfer (1620-1695) die visuele symptomen beschreef zoals wij ze nu kennen. Bij de beroemde Leidse geneeskundige Herman Boerhaave (1668-1738) vinden wij weinig nieuws over migraine. Zelf hij verwees nog naar de geschriften van Aretaeus. Zijn leerling Gerard van Swieten (1700-1772), die de laatste 27 jaar van zijn leven in Wenen praktiseerde, onder meer als hofarts van keizerin Maria Theresia, beschreef een patiënt met wat wij thans herkennen als clusterhoofdpijn. Opvallend genoeg staan verschillende gevallen beschreven in het hoofdstuk over febris intermittens (terugkerende koorts) hetgeen iets vertelt over de denkwijze in die tijd. Hij behandelde de patiënten met kinine dat destijds voor veel aanvalsgewijze ziekten aangewend werd. De eerste complete verhandeling over migraine is te vinden bij de Zwitser Samuel André Tissot (1728-1797) in zijn boek Traité des nerfs (1780).
In de 19e eeuw gaat de geneeskunde geleidelijk een natuurwetenschappelijke basis krijgen. Daarmee neemt de kennis over migraine toe. Verschillende astronomen (bv. G.B. Airy), geïnteresseerd in optische verschijnselen, en artsen (bv. E. Dubois-Reymond) beschrijven hun eigen migraine (aura's). Er ontstaan groepen artsen die de oorzaak van migraine primair in de hersenen en zenuwen zoeken (neurogene theorie) en anderen die het vooral in de bloedvaten zoeken (vasculaire theorie). Aan het einde van de 19e eeuw worden diverse belangrijke boeken over migraine geschreven (onder meer door de Engelsman Liveing, 1873, de Fransman Thomas, 1887 en de Pool Flatau, 1912). Liveing en andere Engelse artsen vergeleken migraine met epilepsie, waarbij de term "nerve storms" gebruikt werd. Men zag in dat migraine over het algemeen een veel goedaardiger aandoening was dan epilepsie, maar een enkele keer was men niet in staat een migraine aura te onderscheiden van een partiële epileptische aanval en werd de patiënt geopereerd.
De niet-medicamenteuze behandeling gedurende al de beschreven eeuwen bestond uit gymnastische oefeningen, onthouding van geestelijke arbeid, cauterisatie, bloedzuigers ter plaatse van de arteria temporalis (slagader bij de slaap), faradisatie en galvanisatie van de halssympathicus (een zenuwknoop in de hals), hypnose en massage. Sommige Nederlandse onderzoekers veronderstelden een relatie tussen migraine en allergie. Verandering van leefwijze en dieetmaatregelen werden begin 20e eeuw nogal eens geadviseerd.
Wat betreft de medicamenteuze behandeling werd broom dat bij epilepsie sinds het midden van de 19e eeuw werd toegepast ook voor migraine geprobeerd. Gebaseerd op bovengenoemde vasculaire theorieën paste de Engelse KNO-arts Edward Woakes (1837-1912) vanaf 1868 ergotamine toe. Vanaf 1887 kwamen er diverse pijnstillers op de markt en deze werden al dan niet gecombineerd toegepast. Toen in 1912 fenobarbital werd geïntroduceerd voor de behandeling van epilepsie, werd het geleidelijk aan migraine patiënten voorgeschreven. In de jaren 1920 werden in Nederland ernstige vormen van migraine behandeld met middelen als aspirine, aminopyrine, cafeïne, broom, fenobarbital en morfine. Gezuiverd ergotamine kwam vanaf 1918 beschikbaar, maar werd in Nederland pas eind dertiger jaren als behandeling van migraine vermeld. Opmerkelijk genoeg werden in die tijd strychnine en arsenicum aanbevolen ter verhoging van de weerstand!
Terwijl reeds in de 19e eeuw een wetenschappelijke strijd plaats vond tussen de aanhangers van de vasculaire en de neurogene theorie met betrekking tot de oorzaak van migraine, is in feite heden te dage de oplossing van dit vraagstuk nog steeds niet beschikbaar. Zelfs met de nieuwe migraine middelen, welke in de jaren 1990 beschikbaar kwamen, de zogenaamde triptanen, heeft onderzoek uitgewezen dat zowel vasculaire als neurogene effecten een rol spelen.
|