Hoofdpagina Onlinevragenuur Nieuwsbrief Centra Links Contact

HOOFDPIJNCENTRA@L
Het online hoofdpijn magazine van de Vereniging van Nederlandse Hoofdpijn Centra
Voorwoord Wetenschappelijk verhaal Vraag het de dokter Mijn hoofdpijn
 Overzicht hoofdpijncentra

Wetenschappelijk verhaal

Migraine met geïsoleerde gezichtspijn: een diagnostische uitdaging

Door: D.W. Dodick
(uit: Cephalalgia, Volume 27, nummer 11, November 2007)

Inleiding door de redactie
Als men aan een willekeurige huisarts of neuroloog vraagt wat karakteristiek is voor hoofdpijnklachten die optreden bij migraine, zal het antwoord vaak zijn: een bonzende pijn, meestal aan één van de beide zijden van het hoofd, maar kan ook aan allebei de kanten.
Als u echter op een heel andere plaats van het hoofd pijn heeft (en het dus nog steeds hoofdpijn heet) zou men zomaar kunnen concluderen dat het daarom geen migraine is en daarmee een verkeerde diagnose stellen. Bovendien gaat men dan verder zoeken naar die pijn op die ‘vreemde plek’ en kunnen er allerlei overbodige onderzoeken en ingrepen op volgen, terwijl de werkelijke oorzaak, migraine, in dit geval onbehandeld blijft.

Hoofdpijn tijdens migraine manifesteert zich inderdaad meestal bij de slaap, boven de oogkas, het voorhoofd, achter de oogbol,  bij de oren en het achterhoofd. Zeg maar het bovenste deel van het hoofd.
Wat veel mensen echter niet weten is dat de pijnklachten bij migraine eveneens kunnen voorkomen in het kaakgebied, het boven- en ondergebit, aan de onderkant van de neus, het tussenschot van de neus, in de nek en in het gebied van de halsslagader tot aan het bovenste deel van de schouder. Soms noemt men dit gezichtsmigraine of gezichtspijn.

In een niet zo eenvoudige editorial uit Cephalalgia van november 2007, gaat de internationale grootheid op migraine gebied, Dodick, dieper in op de ‘vreemde plaatsen’ van de pijn bij migraine. De titel Migraine met geïsoleerde gezichtspijn: een diagnostische uitdaging geeft al aan dat het vaak niet voor de handliggend is om die pijnklachten te linken aan migraine.

Het artikel
Het is al lang bekend dat de pijn die geassocieerd wordt met migrainehoofdpijn kan voorkomen buiten het conventionele ‘migrainedeel’ van het hoofd. Dit wordt echter vaak gemist door veel artsen en ligt dus vaak aan de basis van een verkeerde diagnose bij migrainehoofdpijn. In de novemberuitgave van “Cephalalgia” maken Obermann en zijn collega’s verslag van een groep van zeven patiënten met ICHD-gekarakteriseerde migraine zonder aura, bij wie allemaal een verkeerde diagnose was gesteld vanwege de ‘afwijkende’ plek van de pijn. Allen vertoonden zij pijn die beperkt bleef tot de tweede (V2) en/of de derde (V3) aftakking van de Nervus Trigeminus. Vijf patiënten hadden de diagnose gekregen dat zij trigeminale zenuwpijn hadden, één had paroxismale hemocranie en één had atypische migraine als diagnose gekregen. Alle patiënten maakten melding van een aanzienlijke verlichting met triptanen (dat is natuurlijk opvallend, want dit zijn specifieke anti-migrainemiddelen, red) en alle drie de patiënten die behandeld werden met profylactica (medicijnen ter voorkoming van migraineaanvallen) ondervonden een flinke afname in de hoeveelheid aanvallen. Het is ironisch dat het onderzoek was bedacht door één van de auteurs die bij zijn eigen migraine een verkeerde diagnose had gesteld omdat de pijn die bij zijn aanvallen optrad, beperkt bleef tot V3. Gezichtsmigraine in de onderste helft van het gezicht wordt veelal door KNO artsen of in tandheelkundige klinieken vastgesteld en het is belangrijk voor clinici die patiënten met gezichtspijn evalueren om alert te zijn op en verder te zoeken naar de daaraan geassocieerde symptomen van migraine om onnodige behandelingen en chirurgische ingrepen te voorkomen en natuurlijk de gepaste medische behandeling te verrichten.

Gezichtspijn bij mensen met migraine lijkt misschien een zeldzame curiositeit, het verschijnsel is echter veel algemener en heeft grote klinische gevolgen. In een uitgebreid bevolkingsonderzoek, kreeg minder dan de helft van de met ICHD-migraine gedefinieerde patiënten de juiste diagnose, en binnen deze groep kreeg 42% de foutieve ‘sinus’ hoofdpijn diagnose. Er zijn waarschijnlijk meerdere redenen hiervoor maar de plek van de pijn is een voorname reden. Bij een studie onder 2294 patiënten die eerste hulp klinieken bezochten, verspreid over Noord-Amerika, had 88% van de patiënten met zelf- of door de arts gestelde diagnose van sinushoofdpijn ‘gewoon’ migraine terwijl bij het SAMS onderzoek 86% van de 100 patiënten met een zelf- of door de arts gestelde diagnose van sinushoofdpijn één of andere vorm van migraine bleek te hebben. In dit laatste onderzoek was de voornaamste reden voor een verkeerde diagnose (98%) de plek van de pijn in het gezicht of boven de frontale of maxillaire holtes.

Inherent aan deze onderzoeken is een ‘bevooroordeling’ omdat patiënten met zelf- of  door de arts gestelde diagnose van sinushoofdpijn waren geselecteerd voor de evaluatie. Echter, in twee recente, grote, steekproef gewijze placebogecontroleerde  ‘vroege interventie studies, was sinus pijn/druk aanwezig bij 43% van de 4113 migraine aanvallen bij 1266 onderzochte patiënten. Sinus pijn/druk kwam zelfs vaker voor dan typische migraine symptomen als misselijkheid en overgeven tijdens migraine aanvallen, zelfs wanneer de intensiteit van de pijn gematigd was, en vooral wanneer deze goed reageerde op de combinatie van triptaan/NSAID. Gezichtspijn schijnt een algemeen verschijnsel te zijn tijdens migraine aanvallen en ook al is dit ongebruikelijk, het kan beperkt blijven tot V2 en/of V3 en hoeft niet samen te gaan met hoofdpijn bij een belangrijke minderheid aan patiënten. Het feit dat de patiënten uit het SAMS onderzoek bij gemiddeld meer dan vier artsen geweest waren maar nog steeds de sinushoofdpijn diagnose  kregen, geeft aan hoe belangrijk het is dat deze informatie onder de aandacht komt van die clinici die regelmatig mensen met hoofdpijn en gezichtspijn behandelen.


 


©2009 Hoofdpijncentra.nl | Home | Contact | Disclaimer | Colofon