Wetenschappelijk verhaal
Cluster hoofdpijn
Door Wim Mulleners, neuroloog in het Canisius-Wilhelmina Ziekenhuis te Nijmegen
Van alle zogenaamde primaire hoofdpijnvarianten (hoofdpijn zonder oorzaak, dit zijn o.a. ook migraine en spierspanningshoofdpijn) is cluster hoofdpijn wel de meest hevige. De pijn is gelokaliseerd aan één zijde van het hoofd -meestal rondom of achter het oog, boven het oog of bij de slaap- en treedt op in aanvallen met een duur van 15 minuten tot maximaal 3 uur, hoewel de minder hevige napijn soms wat langer kan aanhouden. De pijn is vaak zo hevig dat patiënten rusteloos en geagiteerd kunnen zijn; daar waar de migrainepatiënt stil in bed ligt gaan clusterpatienten vaak ijsberen, leggen koude of natte voorwerpen tegen het hoofd, houden het hoofd in de handen, slaan met de handen tegen het hoofd en zijn dan erg prikkelbaar. De aanvallen kunnen meerdere malen per dag optreden, vaak met een voorkeur voor de nacht. Tijdens een aanval treden er opvallende verschijnselen in het gelaat aan de zijde van de pijn op: een tranend oog, rood oog, hangend ooglid, verstopte neus aan de zijde van de pijn, heldere uitvloed uit een neusgat, transpireren aan een zijde van het voorhoofd, opzwellen van het ooglid en vernauwing van de pupil kunnen in wisselende combinaties voorkomen. Behoudens het hangende ooglid en de pupilvernauwing verdwijnen deze verschijnselen zodra de aanval voorbij is.
Cluster hoofdpijn dank zijn naam aan het opvallende tijdsbeloop van de aandoening: de dagelijkse aanvallen clusteren in een periode van weken tot maanden, om vervolgens pas na maanden of soms jaren terug te keren; dit is episodische cluster hoofdpijn. Bij circa 20% van de patiënten treden deze aanvalsvrije perioden niet (meer) op en spreken we van chronische cluster hoofdpijn. Een ander opvallende kenmerk van de aandoening is dat ze veel vaker voorkomt bij mannen dan bij vrouwen, en dat de meeste patiënten roken of gerookt hebben.
De aandoening kan op elke leeftijd beginnen, de debuutleeftijd is vaak tussen het 20e en 40e levensjaar. Het komt nog steeds voor dat de aandoening jarenlang niet herkend is, hoewel dit steeds minder wordt. De aandoening komt bij ongeveer 1 op 1000 Nederlanders voor.
Cluster hoofdpijn is te behandelen maar niet te genezen. Bij het overgrote deel van de patiënten bestaat de behandeling uit medicijnen, een minderheid van de patiënten met onbehandelbare cluster komen voor chirurgische behandeling in aanmerking. Middelen die veel gebruikt worden bij cluster hoofdpijn zijn verapamil, lithium, methysergide, topiramaat en prednison. Deze middelen zijn bedoeld om de cyclus van aanvallen te breken en daarmee de frequentie van de aanvallen te verminderen of zelfs volledig te stoppen. Voor behandeling van de pijn tijdens een aanval zijn sumatriptan injecties en inademen van pure zuurstof erg effectief. Voor de operatieve behandeling wordt uitschakeling van de zenuwknoop van de 5e hersenzenuw aanbevolen, nadeel hiervan is dat er gevoelsstoornissen in het gelaat en hoornvliesbeschadigingen kunnen optreden. In geselecteerde centra in de wereld zijn enkele patiënten met succes behandeld met elektrische stimulatie van de hypothalamus via een chirurgisch ingebrachte elektrode diep in de hersenen, niet alle centra zijn hierover even enthousiast. Als experimentele behandeling wordt zenuwstimulatie op het achterhoofd toegepast, het is nog onzeker of dit een waardevolle behandeling is. Het effect van z.g. sfenopalatinum-blokkade alsmede van behandeling met de g-knife is onvoldoende aangetoond.
|